NIEVERANST: het begin

HET BEGIN DE BOCHT DE WROK WERKEN

(met deze knoppen gaat u naar de andere delen)

De steenweg was vroeger een pad. Niet meer dan een dunne lijn grind tussen de velden. Pas later kwamen de vrachtwagens, bulldozers en de betonmolens, die hun grijze vracht hier achterlieten en uitrolden, en zo een nieuwe weg deden ontstaan: de steenweg. 

 

Maar misschien moeten we ons verhaal wel vroeger laten beginnen, op een nazomerdag in de jaren veertig. Een kleine jongen met een ribfluwelen korte broek en een katoenen kaki hemdje dat hem op een minimilitair doet lijken, op de rammelende fiets van zijn grootvader. Hij staat stil en staart naar een onooglijk grindpad dat naar Nieveranst loopt en van daar naar nog een boerengat en van daar naar een stad en vandaaruit... Volgens zijn vader ligt ergens daarachter de zee. De jongen moet hem wel op zijn woord geloven want hij is er nooit geweest. Reizen in oorlogstijd is gevaarlijk. Net als je gordijnen vergeten te sluiten, joodse vrienden hebben of te luid praten op straat.

 

In Nieveranst wordt er gevierd. De laatste Duitse Wehrmachtsoldaat is begeleid door een onheilspellende stilte het dorpsplein afgemarcheerd. En ja, wat had ge gedacht, het volk herleeft. Na jaren van hypocriet geknik “Jawohl, mein Herr”, “Guten Abend, herr Obersturmführer” en sie en la, gefluister in portieken, clandestiene BBC-uitzendingen op zolder, de woekerprijzen en het rantsoen ...  is het volk vrij. Eindelijk. Vrij! Nieveranst vervoegt de gelederen van het Vrije Westen! Glorie Halleluja, God zijt geloofd en gezegend en dat allemaal tegelijk en in het drievoud!

 

Maar dan gebeurt er iets vreemds...

 

Opnieuw marcheren leren laarzen over de Dorpsstraat. Mannen met zelfgemaakte, bijeengeraapte uniformen gaan van huis tot huis. Deuren worden opengebeukt, vensters gebroken. De koster, de schijtluis, is nog te bang om de klokken te laten luiden – “Wie weet zitten de Duitsers wel achter de heg van boer Beekmans verscholen” - , maar de parochiezaal stelt hij wel met alle plezier ter beschikking. Daar worden nieuwe gevangenen in ondergebracht. En hoewel hun huid zo blank is als melk pas uit de uier gewrongen, worden deze verdwaasde, bijeengedreven mannen, vrouwen en – ja, ook - kinderen “zwarten” genoemd.

 

De jongen hoort het gedruis van deze waanzinnige, alles en iedereen bedwelmende en verpletterende, kermis niet. Zijn fiets heeft hem ver gedragen, tot in het toonloze platteland rond Nieveranst. Hij is gestopt op een heuvel, een grootmoedig woord voor een hoop aarde daar achtergelaten na God weet welke wegenkundige activiteiten. Zijn blik waaiert over het grindpad in de diepte. Tot bij een vreemd voorwerp. Of nee, een hele reeks vreemde voorwerpen. Tanks die daar en toen niet hoorden te zijn.

 

Achteraf, als de feiten geanalyseerd, geklasseerd en gearchiveerd worden, zal blijken dat een Schwere Panzerabteilung met veertig Tiger tanks afkomstig uit Abbeville en op weg naar Keulen nog door Nieveranst moest.

 

Maar toen, op die fatale dag, staat er dus een kleine jongen met een fiets op een heuvel buiten Nieveranst. En die jongen ziet geen Schwere Panzerabteilung of Tiger Tanks, nee, die ziet een reeks reusachtige metalen insecten met uitgestoken, dreigende 88 mm-voelsprieten en een exoskelet van zo’n 57 ton kwaliteitsstaal uit het Ruhrgebied.

 

De jongen beweegt niet. Zijn rechtervoet staat op het rechterpedaal van zijn fiets, zijn linkervoet op de grond, klaar om te vertrekken. Een kunstkenner zou in hem eenzelfde berusting als in Michelangelo’s David kunnen ontwaren en in bewondering stilstaan bij de stille sereniteit die deze jonge boeddha heeft bereikt.    

 

Achteraf, als de vragen worden gesteld, en soms zelfs worden beantwoord, gedurende vele slapeloze en woelende nachten, zal de jongen – die intussen een jonge man geworden is - zich vaak afvragen waarom hij toen niet naar het dorp is gekoerst om de mensen daar te waarschuwen.

 

De toegepaste wiskunde helpt hem door de moeilijkste momenten. De wiskunde die hem leert dat een fietser A met een constante snelheid v (=20 km/uur) nooit sneller kan zijn dan een Tiger Tank met een constante snelheid v2 (= 35 km/uur), ook niet als A een voorsprong D (= +/- 1,5 km) heeft. En toch. Deze wetenschap echter is hem niet voldoende, want hij heeft niet eens geprobeerd. Hij is gewoon blijven staan tot de knallen en het geschreeuw wat stiller werden, is toen behoedzaam de heuvel afgeklommen en heeft de treurende massa vervoegd. Lot keek om toen God haar stad met vuur en asse strafte en was daarom zo menselijk en herkenbaar. Hij niet.

 

De Duitsers hebben zeven jongens meegenomen en doodgeschoten. De sukkelaars krijgen een sobere gedenksteen, een arduinen postuurke met hun namen in vergulde letters erop. Er worden ook wegen naar hen genoemd, belangrijke, brede straten met grote, nieuwe winkels. Want het leven gaat verder in Nieveranst. Want dat moet. En op een dag komen de bulldozers, de vrachtwagens en de betonmolens. En het grindpad verdwijnt, net zoals het postuurke en de vergulde namen. Maar niet het schuldgevoel in het hart van de jongen. En zo, beste lezer, zo begint ons verhaal...

 
HET BEGIN DE BOCHT DE WROK WERKEN