Vlaanderen! - Kleine Prins - Even geduld - Wachter - Flanders Fields - Nachtwinkel - Misschien - Experiment - Rome - Papa - Onbehaaglijk - Eend - Medea - Aaron - Leraar
Ik spuug uw naam
maar doe het zacht
ik spuug en ik bezing
uw betonnen horizon
uw hart van bordkarton
de commerciële vrede
die heerst over uw wegen
pax commercalia
parlez-vous Flamand ?
soixante-neuf
this is jolly good
gratis and for free
de taal die elke mens verstaat
in naam van de consumptie
en het BNP
breekt een broze maagd
haar onderlijf in
twee
uw velden bergen
ongetelde helden
maar
in uw steden
verliest het verleden
de oorlog steevast
van het heden
opgehokte
gastarbeiders
torsen uw vergulde kroon
het schuim dat ons
de golven brengt
en dat in krotten woont
stille
paternoster Polen,
poetsen vele kamers
en ja ook de senaat
hoewel die
niet veel
zegt
in onze federale staat
ja
Vlaanderen
ik zag u vandaag
op het journaal
u was weer ontevreden
u sprak over het onrecht
dat anderen aan u deden
uw weldoorvoede
buik
liet u hierbij heftig rollen
een hymne aan de sambalsaus
en aan de oliebollen
Vlaanderen
ik zou u
uit
mijn leven bannen
u stampen
waar ik kon
als niet
in uw verleden
ook dat
van mij begon
zijn ogen stille
holen
met zwarte vaandels
uitgestoken
zijn tere handen
halfvergane huid
betasten oude beelden
bedekt met sierarduin
discrete lachjes
per decreet
voorgoed herroepelijk
verbannen
naar de pleinen
van nooit meer
maar
wat
er
met
zijn hart
gebeurde
vind ik nog het ergst
ik huiver bij
een rode massa
bij de resten
van mezelf
"Never such innocence again" (Philip Larkin)
Ondanks de tonnen dichters
groeit hier weinig
poëzie
In Flanders Fields wordt
er geblowd
kinderen lopen er over kinderen
De prijs die wij
die zij
betaalden
En het voelt goed -
onschadelijk leed
op
glanzende foto's
De boeken
die niemand leest
Simple Past
I am - They were
Zelfs hun woorden
Marcheren in het metrum
Op weg naar een
voorgoed
overbodige
horizon
De stille Indiër
aan de kassa
heeft ogen die altijd elders staan
In de rekken alle dingen die
onmisbaar lijken na een uur of tien
Elke zonde en
genot is hier
flagrant op mijn appèl
zakken vraatzucht, een doos onkuisheid
en absintheïsme in flessen ingeblikt
Voor mij staat
een voetbalshirtje
bulkend van ongelikt primaat
Een blonde bilspleetballerina
toont ongewild haar grand écart
De Indiër
glimlacht tenslotte bladgoud
als ik onwillig van mijn zweetgeld scheid
want zijn vrouw is - net als alle chips hier -
al enkele weken overtijd
Ik was acht toen
Gandhi werd vermoord
Ik zag een brandend lijk
aan de oevers van een droom
En ik keek en
leerde
altijd veel te snel
hoe de gruwel in te kleuren
met de klanken van geweld
En nog wat later
leerde ik tellen
het aantal doden rond een veld
Na iets dat als een spel begon
maar heel snel oorlog werd
Ik zag kinderen
van
nog geen 600 gram
Een meisje in de modder
En een foutje in Bhopal
En nu vraag je me
om lief te hebben
om week te worden bij een bloem
Nu vraag je me om te vergeten
en gewoon verder te doen
En één seconde
lang
was elke oorlog gedaan
De muur die was gevallen
maar de grenzen bleven staan
Twee gebroken
torens later
ben ik opnieuw illusies kwijt
in prachtig kolkend water
dat ons verder drijft
Dus vraag me niet
om lief te hebben
om te zingen over een zonsopgang
Ik gebruik alleen nog woorden
voor het delven van een graf
Misschien hebben
stalen jaren
wel stalen harten voortgebracht
en is de ochtend voorgoed verslagen
door de cohortes van de nacht
Maar misschien is
&ldquomisschien&rdquo
een heel belangrijk woord
de grens tussen de wanhoop
en de resten van een droom
|
Ook
Marokkanen eten prei En ook
Pakistaanse kindjes Dus is
het misschien Maar dat
is |
ik ben niet de
eerste
die over uw pleinen dwaalt
en als een hongerig kind
in elke steeg en elke straat
een parel vindt
of die met een
kort
&ldquozie dit en ja, ook dat!&rdquo
een wonder achterlaat
voor weer
een andere schat
ja, gij zijt
misschien wel
te veel te vaak geweest
de dromen van een generaal
en de muze van een kunstenaar
weet gij zélf nog hoe gij ongeduldig wachtte
op het einde van een slag?
hoe gij trilde als een bruid
op haar eerste liefdesnacht?
en waarom?
nu zijn
uw muren dan toch gevallen
uw marmeren maagden dan toch ontwijd
door horden barbaren met camera&rsquos en gsm
door een leger
waar
ook ik
een deel van ben
Zijn dochtertje is een hoopje leven
Dat hij in zijn armen knelt
Iets wat hij weigert weg te gooien
Wat de dokter ook vertelt
Ze werd, net als hij, geboren
In een tijd van droefenis
Onder een lucht vol luide knallen
waarover nooit echt veel geschreven is
En wie durft uit te leggen
Wat hijzelf niet begrijpen kan
Wie durft logica bedrijven
Als de bommenregen valt
Ik hou dit gedicht dan ook
heel dicht tegen me aan
Als een schamel hoopje medeleven
Dat ik niet kan laten gaan
zijn gedachten
zijn verstilde reigers
op poten van zandloperglas
zijn kleren zijn talloze gaten
met stof en draad aaneengeplakt
de grenzen zijn
elders getrokken
en de muren staan al levenslang
de kerken luiden winterklokken
en de hemel staat in brand
hij staat en
staart
en herinnert zich vaag een oud bevel
bewaak, mijn zoon, de zwarte poorten
tussen de hemel en de hel
zijn leven is
intussen voorbijgetrokken
als een grijze karavaan
slechts één ding weet hij vrijwel zeker:
hij zal hier altijd blijven staan
Waar zijn
de godenkinderen
met wie ik placht te discussiëren
tot de nacht ons
zachtjes
buitenzette
en/of
droeg
Waar
de gevallen engelen
die me amuseerden
met woorden
vol honing
en
merkloze ambrozijn
Ze zitten
in sofafluweel gekapseld
De TV vervangt
hun eigen ogenblik
Hopelijk bestaat
er
een aparte hel
Voor de bedenkers
van Tel Sell
Wij zijn in een
zware strijd gewikkeld
Want de inzet is bijzonder hoog
Gij hebt mij meer dan eens geprikkeld
Er heerst een bloedig status quo
Gij zijt
misschien uit stevig hout gesneden
Maar mijn argumenten zijn van edelstaal
Zelfs uw bloemen geven me geen vrede
Gij vindt mijn woorden slechts gezaag
En zo blijven we
in eeuwige omhelzing
ik hak en sla en koel mijn toorn
En ik denk terwijl ik van de ladder val
"Nooit snoei ik nog een haag met doorns"
Ik kwam ze tegen aan het station
een eend en zijn wijfje
twee vederlijfjes
trippelend over perronbeton
Ik moest lachen ondanks het grijze weer
zo verdwaald waren ze en misplaatst
maar immuun voor alle ochtendhaast
waggelden ze hun ballet het Zwanenmeer
Pas even later kwam het koude besef
toen ik tussen vreemde lijven geplooid
me in een coupé had neergegooid
Die eenden zaten wel op de juiste weg
En er is maar één verdwaasde kip
En dat bent u
en dat ben ik
Haar kinderen zijn twee plaatjes
die ze zelf geschoten heeft
Van alle bloemengeuren houdt ze
van klaproos nog het meest
Haar huis komt uit een tijdschrift
waar mensen constant gelukkig zijn
Perkjes vol tuinkabouters
En een arduinen sierfontein
Ze houdt haar lijf in ere
Loopt de stress er s ochtends uit
Na wat cosmetisch opereren
draagt ze een gave kinderhuid
Haar leven lijkt perfect
op haar dromen van weleer
Maar in haar handtas zit
- naast de Prozac -
ook een jachtgeweer
laat je dromen pootjebaden
in de rivieren van de tijd
wees vol onbezonnen vragen
verklaar de oorlog aan de spijt
leef je leven
volg de paden
teken wegen
waar moerassen lagen
laat de hemel wentelwieken
zoek de liefde in portieken
wees blakend blozend
draag een hart vol mededogen
maar bovenal
mijn kind
kijk nooit om
naar de kraaien
van de
ouderdom
De stilte wandelt
en meandert
op vilten zolen
tussen banken
tussen klanken
van doodgeboren
fluisterwoorden
Hij overziet zijn
zwoegend grondgebied
En bedenkt
hoe koud het buiten is
Hoe de wolven
staan te wachten
in omfloerste
duisternis.
Hij glimlacht
hoe
is alles hier
geordend
in schriftjes en
op groene
borden
Hij waant zich
even keizer
de bewaker van een vlam
en ziet
de oude ogen
en gekraste armen
niet
Hij hoopt
het verval hier
te bedwingen
en vergeet daarbij
één feit
de vijand is
al binnen
hij is jaren
over tijd