![]() Hoofdstuk één: Een steen De Mariaschool , nu, was
een school die gerund werd door een team nonnetjes(door
God dus eigenlijk), die zich, verschanst in hun klooster,
de laatste kwarteeuw onopgemerkt hadden laten
voorbijgaan. Deze dames waren niet getrouwd want dat
mocht niet van Jezus. Ze hadden wel een tuin, met enkele
dieren en een zandbak: dat mocht wel en dit maakte
waarschijnlijk ook veel goed. Nonnen horen dus thuis in
een klooster. Alles heeft mooi zijn plaats in deze
wereld. Jassen horen thuis aan het haakje, de blokjes in
de doos, de vingertjes niet in de neus. De rest van dat
schooljaar is onopgemerkt aan me voorbij gegaan. Alleen
de laatste dag herinner ik me nog: ieder kind (dat waren
wij) kreeg toen een cadeau. Een plastic poedel op
wieltjes of een trendy muzikale telefoon die het
Wilhelmus kon meerinkelen. Ik wou een telefoon, ik kreeg
zo'n stomme, in-geteelde poedel, want ik stond achteraan.
Het concept 'frustratie' werd me duidelijk: je moet
vóóraan staan, jongen, dan pas krijg je die telefoon.
Poedels hebben geen wieltjes, ook al zijn ze wit en stom
en zijn ze 'made in Taiwan'. Nu nog kom ik de mensen
tegen, op straat of in de supermarkt, die me die poedel
hebben opgedrongen. Ze denken dat ik het al vergeten ben. Na het eerste kleuterklasje was het weer vakantie en ik dacht dat het op de één of andere manier bij dat ene schooljaar zou blijven. Dat hier sprake was geweest van een administratief foutje. Mooi niet. Ik kwam terecht bij juffrouw M. met een post-Treblinka permenant en een gezicht dat steeds op onweer stond. We werden geen vrienden. Ik deed het nog liever in mijn broek dan haar een sanitaire pauze te vragen. Wat ik dan ook eens effectief deed. Dit leverde me een standje op (gelukkig niet in díe betekenis) en een lekker warm gevoel. Mijn blijven was niet lang. Nog voor de paasvakantie werd ik naar derde klas gepromoveerd. Dit klasje werd geleid door zuster Berlindis, een hard-core-non. Haar kruisje op de borst gespeld, een androgyne verzameling botten en pezen met een zware premier Martens-bril. Buiten dit en het feit dat haar lievelingswoorden 'curieuzeneus' en 'vraagstaart' waren (kun je nagaan), viel ze best wel goed mee. Mijn vader had ook nog in haar klasje gezeten - dit verklaarde misschien de argwanende blik de ze me soms toewierp. Het grootste deel van hun tijd brachten de kindertjes op school door met tekeningen maken. Als we volwassen waren geweest, was het kunst geweest - COBRA meerbepaald. Het plastisch realisme kwam pas later. Mensen waren oranje, net als de zon (die echter, in tegenstelling tot mensen, ook geel kon zijn). Eenmaal af, werd de tekening op een spijkertje gehangen, bij zijn voorgangers. Eens per maand werden deze met een strik gebundeld (deze bundeltjes hadden meestal een Thema: lente, vakantie, vader- en moederdag, kerstdag en dies meer) en kregen we het hele zootje mee naar huis, waarmee we verondersteld werden onze ouders een groot plezier te doen. Dit waren, wat je noemt, speciale dagen. Het klasje was pijnlijk professioneel ingericht. Kijkt u even mee. Bij het binnenkomen kan u de kapstokjes waarnemen. Hieraan hangen, naargelang het seizoen, respectievelijk wantjes, snotdoeken, sjaals en ontdooiende jasjes; respectievelijk weinig. Ieder kind heeft zijn eigen symbooltje, zo leert het omgaan met abstracte begrippen. Mijn kentekentje was de druiventros - het zal wel een betekenis hebben gehad. Links ziet u het winkeltje, waar vooral plastic fruit te koop ligt. Wees gul, dames en heren, vergeet even de crisis. Let ook op de reuzedobbelsteen, waar je heel wat kan insteken om het er dan weer uit te halen. Wij laten de lessenaartjes met bijhorende peuters (zie eens hoe lief ze elkaar uitroeien!!) rechts liggen en begeven ons richting poppenhoek. Dat dit exclusief vrouwelijk terrein is, hoeven we u niet te vertellen. Omdat de meisjes dus nogal intensief aan territoriumafbakening doen, zijn de jongens op de typisch mannelijke activiteiten aangewezen, d.w.z. puzzelen, met de blokken spelen, neuspeuteren en vechten. We gaan nu door naar de praathoek, waar er, inderdaad, gepraat wordt (hahaha, één van mijn favoriete mopjes). Dit hoekje wordt mooi afgegrensd door een muurtje van decoratieve kartonnen dozen, wat bijdraagt tot de wat intimistische sfeer die de gemiddelde peuter dan ook verleidt tot het doen van enkele openhartige ontboezemingen, waar hij een paar decennia later nog enorme spijt zal van krijgen. In die contreien bevindt zich ook de achterdeur. Deze geeft uit op de zandbak en andere vast wel opwindende dingen die diezelfde gemiddelde peuter helaas nooit te zien krijgt. Hier hebt u natuurlijk
nog de Kast. Hier kunt u zich gerust een wijle
overleveren aan diepe overpeinzingen over de vele
generaties kleuters wiens geestjes hier vast nog
ronddwalen, En dan waren er ook nog de SA's: de Speciale Activiteiten. Fruitsla maken (en er zout in plaats van suiker bij kappen), een carnavalsdansje instuderen (iets neo-realistisch, vrees ik) en nog meer van die dingen die een gelukkig leven garanderen. En de hoogdagen van de katholieke kerk waren ook ónze feestdagen. Gedurende de godganse Mariamaand zongen de meisjes van het zesde allerlei devote liedjes, terwijl de hummeltjes van de lagere klassen Auschwitzgewijs rond het Mariabeeld op de speelplaats waren opgesteld. Te Lourdes op de berge. Wie loerde er nu eigenlijk op die berg? Een nieuw woord: oordopjes. Een ander mirakel: dia's. De ene keer werd dit didactisch instrument ingezet om het sprookje van de hebzuchtige visser (die, zoals iedere professionele kleuter weet, onder een gebarsten kruik leefde) uit de doeken te doen; een andere keer om een horrorfilm te vertonen met als hoofdpersonage een zeker louche sujet dat naar de naam Kareltje Cariës luisterde en het op ons tandglazuur gemunt had. Gelukkig was er nog de wulpse tandjesfee. Er zat ook een moraal aan vast: kindjes, tandjes poetsen!!! En toen kwam de zomer
eraan. Zandbakkenseizoen. In een plotse aanval van
enthousiasme had de juf een go-cart-race georganiseerd.
Ik kreeg de belachelijke schildpad die je Het einde van de
kleuterklas kwam in zicht. Daar wees het bezoek aan de
grote school op. We kregen er elk een ballon, een zwaar
gesponsord latje en cake. Veel cake. Dat beloofde. De
ballon was met helium gevuld - hij ging nogal makkelijk
de lucht in. Hoe langer het touwtje, hoe hoger hij ging.
Een bericht aan God (ook gesponsord, door een bank dan
nog wel). En toen kwam mijn zus met die schaar. Het
concept 'verdriet'. Hopelijk kwam mijn ballon aan, want
het deed pijn. Hij was paars, mocht u hem ooit... Een probleem: hoe verder ik raak, hoe meer er te herinneren valt. Ongelooflijk wat voor rommel een mens bijhoudt. Weet u, ik ben hieraan begonnen in de hoop ergens een rode draad te vinden, een thema. Dat hebben alle verhalen toch? Maar hier... Noppes. Geen evoluties, gooi alles maar naast elkaar. Behalve ouder worden is er niets. Als een paard in het moeras, spartel jezelf maar dood. Gelukkig: Veengrond bewaart goed. Seamus Heaney heeft daar een gedicht over geschreven, schijnt het. Een detail uit een vorige eeuw, zomaar in de grond. Het museum dat mijn
leven is. Ooit eens in het natuur-historisch museum in
Brussel geweest. Imitatie- reuzeninsekten (met tussen-n
of niet, versteende uitdrukking, dus zonder) gaan kijken.
Ze bewogen als mime-spelers in een... Nee, als turners.
Russische turners, die heb ik ook al gezien. Ondanks de
wetenschappelijk verantwoorde modellering, karikaturen
van zichzelf. Trieste giganten, net als de dinosauriërs.
Voor ze hip werden. In Bernissart hebben ze er een hele
hoop gevonden, ze hebben zelf de cover van Zonneland
gehaald. Katholiek verantwoord tijdschrift ter stichting
van Onze Jeugd. Wat ooit eens groots moet zijn geweest.
De botten zonder leven - net als de herinneringen. Het
wensbeentje in de kip, ik had altijd het kleinste stuk.
Zo verdwijnt bijgeloof. Hoewel, ik heb nog lang treden,
tegeltjes,... lopen tellen. Een even aantal betekende
'geslaagd', oneven was... Niet uitspreken. Praten over
ongeluk brengt ongeluk. |